Een uitvoerbaar curriculum (gelegenheid tot leren, voldoende tijd)
Volgens Marzano (2003) moeten de leraren voldoende tijd hebben om de inhouden van het curriculum te behandelen. De leerlingen moeten voldoende gelegenheid hebben die inhouden te leren. Daarom is het van belang dat de school overeenstemming bereikt over wat de essentiële inhoud van het curriculum is. Dit betekent: gezamenlijk keuzes maken in de te behandelen stof, gegeven de tijd die volgens het rooster beschikbaar is; vervolgens de inhoud zo ordenen dat leerlingen ruim de mogelijkheid krijgen om deze te leren; er dus vooral voor te zorgen dat de noodzakelijke instructietijd beschermd wordt. Deze gegevens sluiten aan bij de opmerkingen van Meijer (2001, 2003a, 2005) over voldoende tijd voor leraren als een noodzakelijke voorwaarde voor acceptatie van inclusie.
Curriculumontwerp op klasniveau
Volgens Marzano is het belangrijk dat leraren keuzes maken bij de planning van de lesstof in relatie tot unieke kenmerken van leerlingen. Bij dit onderwerp baseert Marzano zich niet op effectiviteitsonderzoek, maar op principes uit de cognitieve psychologie. Leerlingen moeten zo effectief mogelijk kennis verwerken. Hij noemt als aandachtspunten daarbij: bepalen van het soort kennis, grote variëteit in het presenteren van kennis, goed bepalen welke vaardigheden beheerst moeten worden, goed ordenen van de inhoud en leerlingen (inter)actief ermee laten werken. Dit zijn allemaal beslissingen die liggen op het grensgebied tussen het algemeen curriculumontwerp en individuele handelingsplannen, die vormgegeven kunnen worden in een groepshandelingsplan.
Leerlinggerichte interventies
Marzano noemt in relatie tot leerlingkenmerken twee specifieke activiteiten die gericht zijn op het opheffen van de achterstand van leerlingen: gerichte training op woordenschat (om hun crystallised knowledge uit te breiden) en leerlingen leren hoe de dynamiek van motivatie werkt en hoe je dat kunt beïnvloeden. Meijer geeft aan dat het curriculum aangepast dient te worden, niet alleen voor de leerlingen die minder goed presteren maar voor alle leerlingen, inclusief de begaafde leerlingen. Verder benadrukt Meijer het belang van een doorgaande lijn: handelingsplannen moeten binnen het curriculum vallen. Het curriculum kan aangepast worden op individuele behoeften en extra ondersteuning kan met hulp van het handelingsplan adequaat worden toegewezen.
In de focusinterviews wordt dit aspect vooral in het SWV Gorinchem (PO) besproken. De deelnemers benadrukken dat het programma de leerlingen tot ontwikkeling moet uitdagen; dat leraren inzicht moeten hebben in de opbouw van het programma voor een flexibele afstemming op individuele leerlingen en dat een goed programma de leer- én de gedragsontwikkeling van de leerlingen moet ondersteunen.
terug....